
![]() |
Een geografisch, demografisch en politiek overzicht van het huidige Vlaanderen.
Vlaamse Provincies
|
Een veel oudere versie van de Vlaamse Leeuw wordt de dag van vandaag liever gebruikt door Vlaamsgezinden om hun identiteit uit te drukken, ten eerste omdat die het oorspronkelijke wapenschild van Vlaanderen was en ten tweede (niet de minst belangrijke reden) omdat het rood in de leeuw teveel naar België verwijst (de rood-geel-zwarte kleuren van de Belgische driekleur). Verder in dit artikel zal er meer uitgebreid ingegaan worden op de heraldiek en de evolutie van onze geliefde vlag. Hieronder een voorbeeld van de oorspronkelijke vlag (beschreven in oude heraldiek als 'Een leeuw van sabel op gouden veld'). Deze vlag wordt ook als 'De strijdvlag' omschreven: ![]() Wat betekent het woord "Vlaanderen" ?
Vlaanderen is sinds de staatshervorming een deelstaat van België, met een eigen regering, een eigen parlement, een eigen begroting en eigen inkomsten en wordt bestuurskundig doorgaans aangeduid als de Vlaamse Gemeenschap. Deze laatste is zowel bevoegd voor gemeenschapsmateries als voor gewestmateries en wordt bestuurd door één parlement en één regering in tegenstelling tot Wallonië, waar deze bevoegdheden in aparte raden ondergebracht zijn, namelijk de Waalse Gewestraad en de raad van de Franse Gemeenschap. De bevoegdheden van de Belgische federale overheid en deze van de Vlaamse (en andere) deelregeringen worden vastgelegd door democratisch overleg tussen de verschillende gemeenschappen en evolueren nog steeds. In Vlaanderen wordt echter aangedrongen op grondwettelijke autonomie. Vlaanderen wil zijn eigen fiscale, bestuurlijke, lokale en intermediaire zaken zelf regelen. De bevoegdheden die Vlaanderen nu heeft zijn vastgelegd in de Belgische Grondwet en de Bijzondere Wet op de Hervorming van de Instellingen. Vlaanderen verwierf haar huidige autonomie pas na een lang ontvoogdingsproces. In het België van 1830 genoten de Vlamingen beperkte politieke rechten en werd hun taal, het Nederlands, gediscrimineerd en zelfs verboden in het openbare leven, dit ten voordele van het Frans. In de tweede helft van de 19de eeuw ontstond een Vlaamse Beweging. Die verwierf pas enige politieke invloed na 1900, mede door de invoering van het algemeen, universeel stemrecht. De rol van het Nederlands in Vlaanderen werd langzamerhand wettelijk erkend in de rechtspraak, het onderwijs, de administratie en de politiek. Het duurde daarna nog tot het laatste kwart van de 20ste eeuw voor de Vlamingen gelijke rechten verwierven. Het feit dat Vlaanderen vanaf de jaren 1960 uitgroeide tot één van de sterkste economische regio's in de wereld, en Wallonië met een verouderde "smokestack" industrie in een economische crisis verkeert, heeft hoogstwaarschijnlijk een belangrijke rol hierbij gespeeld. In de staatshervormingen van die periode werden door de Belgische wetgever autonome gewesten en gemeenschappen voorzien. Vlaanderen besliste in 1980 om de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest samen te voegen. Het heeft nu één Vlaams Parlement en één Vlaamse regering. De in Brussel gekozen leden van het parlement kunnen evenwel niet meestemmen over Vlaamse gewestaangelegenheden. De Vlaamse regering heeft haar zetel in Brussel, net als de Belgische regering (de Waalse regering heeft zijn zetel in Namen).
Vlaanderen beschikt dus, in vergelijking met andere deelstaten in federale landen zoals Canada, Zwitserland, Duitsland en de VS, over minder bevoegdheden en minder fiscale autonomie. Zo behoudt de nationale wetgever de bevoegdheid over de volledige sociale zekerheid, daar waar de meeste andere federale staten hierin een gedeelde verantwoordelijkheid voor nationale en deelstatelijke overheden kennen. Op andere domeinen gaat de autonomie dan weer veel verder dan in andere federale staten. Zo zijn in België de deelstaten autonoom bevoegd om verdragen te sluiten, waar dat in andere federale staten enkel kan onder toezicht en mits goedkeuring van de federale overheid. Vlaanderen blijkt ook over weinig autonomie te beschikken inzake de feitelijke keuze van haar regeringscoalitie. Tot nu toe dwongen de grote partijen steeds eenzelfde coalitie af als in de nationale regering. Hierin is verandering gekomen in 2004, toen de deelstaatverkiezingen voor het eerst niet meer samenvielen met de federale verkiezingen. Door deze tekorten vertoont de Belgische staat nog steeds sterke unitaire kenmerken, en tegelijk ook vele federale en zelfs enkele confederale kenmerken (zoals de noodzakelijke dubbele meerderheden nodig voor wijzigingen aan een bijzondere wet). Vlaams parlementHet Vlaams Parlement wordt om de 5 jaar verkozen. Het bestaat uit 124 Vlaamse volksvertegenwoordigers die rechtstreeks worden verkozen (recentste verkiezing: 10 juni 2007). Het is de volksvertegenwoordiging van de Vlaamse Gemeenschap en geniet alle wettelijke bevoegdheden in de regio Vlaanderen én voor alle instellingen van de Vlaamse Gemeenschap, zoals alle Nederlandstalige scholen (met inbegrip van deze in Brussel), dus ook voor de Franstalige scholen in Vlaamse faciliteitengemeenten. Zij duidt tevens de ministers van de Vlaamse regering aan. Vlaamse regeringDe Vlaamse regering wordt benoemd door het Vlaams Parlement met ten hoogste elf ministers en geleid door de minister-president.Lijst van de minister-presidenten van Vlaanderen:
Politieke partijenGedurende het grootste deel van de twintigste eeuw werd de politiek in Vlaanderen -grotendeels onder het 'unitaire, Belgische bewind'- gedomineerd door de christelijke, socialistische en liberale partijen (toen CVP, BSP en PVV). (Tijdens de jaren 1960 en 1970 zijn deze vroegere unitaristische parijen opgesplitst in aparte Vlaamse, Franstalige en enkele Duitstalige partijen). Deze drie waren sterk verbonden met aanverwante syndicale en sociale organisaties. Men spreekt voor die conglomeraten over de 'zuilen'. Ze bestaan ook langs Franstalige kant. De zuilen slaagden er in om in de voorbije eeuw hun stempel te drukken op het politieke en maatschappelijke bestel in Vlaanderen en België. Dat leidde tot een samenleving waarin sociaal overleg altijd een grote rol heeft gespeeld. Ook in het autonome Vlaanderen van vandaag worden heel wat politieke beslissingen voorafgegaan door al dan niet bindend overleg tussen sociale bewegingen, vakbonden, mutualiteiten, werkgeversorganisaties en overheid. Dat heeft in de vorige eeuw geleid tot een samenleving met een vrije markt, gekoppeld aan sterke sociale bescherming. Een systeem dat ook een hoge welvaart creëerde voor de grote meerderheid van de Vlamingen. De verzuiling had echter ook kwalijke gevolgen. Politieke benoemingen in overheidsdiensten waren schering en inslag. Dat leidde tot een log overheidsapparaat dat veel geld verslond en waarvan de dienstverlening niet altijd even adequaat was. Vandaag is de verzuiling alvast in Vlaanderen heel sterk teruggedrongen. Het Vlaamse overheidsapparaat scoort doorgaans vrij hoog in internationale studies. Politieke benoemingen zijn fel verminderd. Op 14 december 1954 ontstond ook een Vlaamsgezinde pluralistische partij, de Volksunie. Deze raakte wel soms in de regering en werd zelfs een middelgrote partij. Op 13 oktober 2001 viel deze partij uit elkaar in links-liberale partij (Spirit) en een nationalistische vleugel (N-VA). Spirit sloot in 2002 een kartel met de SP.A en N-VA deed in 2004 hetzelfde met de in de in CD&V omgedoopte christelijke volkspartij (CVP). Individuele ex-Volksunie-mandatarissen sloten zich ook aan bij de liberale VLD en de CD&V. In de jaren zeventig ontstond ook een van de eerste groene partijen in Europa, Agalev (een letterwoord voor "Anders GAan LEVen"). Deze haalde als eerste groene partij zelfs volksvertegenwoordigers. Ze maakte van 1999, na de dioxinecrisis, tot 2004 deel uit van de Vlaamse regering (en tot 2003 van de federale regering). De partij betaalde hiervoor wel een zeer zware electorale prijs in de federale verkiezingen van 2003 en de Vlaamse verkiezingen van 2004. Op 15 november 2003 koos Agalev voor een nieuwe naam: Groen!. Eind jaren '70 ontstond uit onvrede van een aantal Vlaams-nationalisten met het Egmontpact en de deelname van de VU aan een regering met onder meer het radicaal-francofone FDF, het rechtse en nationalistische Vlaams Blok. Deze partij groeide gestaag, mede door haar standpunten rond vreemdelingen, en na haar grote vooruitgang bij de verkiezingen in 1991 spraken de andere Vlaamse partijen af om op geen enkel vlak (van nationaal tot gemeentelijk) coalitieafspraken aan te gaan met deze partij (het zogenaamde cordon sanitaire). In 2004 werd een rechtszaak aangespannen tegen enkele vzw's rond het Vlaams Blok wegens racisme. Het Hof van Beroep te Gent veroordeelde na een gerechtelijk circus deze vzw's vanwege hun medewerking met een racistische organisatie. De partij veranderde hierna haar naam in het Vlaams Belang, maar behield intern haar standpunten. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2006 ging het Vlaams Belang in vrijwel alle steden vooruit en boekte het winst. Het boekte wel een morele nederlaag door een kleine achteruitgang in Antwerpen, waar het niet langer de grootste partij is. Ook werd er nog een nieuwe partij opgestart in 2007 door Oostendenaar en voormalig nationale judocoach Jean-Marie Dedecker, die na interne strubbelingen uit de VLD gezet werd. De partij, genaamd "Lijst Dedecker (LDD)" vertoont ook een rechtse en Vlaamse reflex, zij staan bijvoorbeeld een volledige vrije meningsuiting voor en hebben het ook niet zo hoog op met de Belgische staat. Tevens zijn ze ook fel gekant tegen de toetreding van Turkije tot de Europese gemeenschap. De partij behaalde bij de verkiezingen van 2007 een verrassende score. Logo's van de bijzonderste Vlaamse partijen (Alfabetisch)
Aan deze pagina zal nog veel informatie toegevoegd worden, doch, zoals eerder gezegd is dit de meest complexe pagina van de stek, een pagina die ook de meeste informatie bevat, en daardoor kruipt er ook in het ontwerp ervan heel wat tijd en moeite. Bronnen: Wikipedia Met een speciaal woordje van dank aan de VVB (Afdeling Ardooie) voor het leveren van grafisch materieel. (Zie de verwijspagina voor verdere informatie over de VVB). Naar <Boven> |